Jantje Beton wordt een beetje vergeten

Bron: Cobouw, 31 mei 2018

Iedereen kent Jantje Beton. Het geblokte kereltje heeft mij persoonlijk altijd geïntrigeerd. Met dat grappige handje in de lucht, zo van: ‘Hallo, ik ben er ook nog!’ Jantje wilde ruimte om te spelen, in een omgeving – hij stamt uit 1968 – die steeds meer werd volgebouwd. Jantje voelde zich een beetje verweesd tussen al dat beton. En ik geef hem geen ongelijk. Kinderen moeten ruimte hebben om te spelen.

Jantje groeide op in enorme betonnen nieuwbouwwijken als de Bijlmer in Amsterdam. Kolossale flats met honderden woningen, die met elkaar complete steden vormden. Iedereen vond het prachtig want er was een grote woningnood. En de bouwers waren trots. Dit was wat je met beton kon bereiken: betaalbare huizen voor iedereen, met veel ruimte er tussen. Misschien niet de mooiste oplossing aan de buitenkant, maar de flats waren vanbinnen prachtig. En alle voorzieningen waren in de buurt. Ook voor Jantje Beton.

Als ik vandaag om me heen kijk, zie ik dat we nog steeds grootschalig bouwen. Ook vandaag is er een enorme vraag naar woningen. Dus zetten we weer kolossale gebouwen neer, en die noemen we geen flats maar appartementengebouwen. Stevig gebouwd van beton en die grijze buitenkant is ingeruild voor kleurige bakstenen, houten panelen, verticale planten en veel glas.  Daar kunnen we als bouwsector trots op zijn. Ik zie steeds meer schitterende voorbeelden van moderne architectuur, gerealiseerd door onze eigen Jantjes Beton, die inmiddels groot geworden zijn. Zij bouwen: sneller dan vroeger, lichter dan vroeger, duurzamer dan vroeger.

Ik mis alleen dat opgeheven handje van dat geblokte ventje. Want die moet toch ook vandaag buiten kunnen spelen? Heeft hij geen zin meer om de straat op te gaan? Speelt hij alleen nog met zijn vriendjes via de iPhone? Of heeft hij een plekje gevonden op het dak van het appartementencomplex van zijn ouders, waar hij speelt in het duurzame stadspark op hoog niveau? Ik constateer dat woningcorporaties steeds meer het accent leggen op het gebouw en veel minder op de leefomgeving. Het lijkt wel alsof Jantje wordt vergeten. Dat zou niet nodig moeten zijn. We kunnen met beton ook speelplaatsen bouwen. Waar kinderen lekker met water en zand kunnen spelen en heerlijk vies worden. Ik denk dat we een uitdaging hebben.

Ronel Dielissen-Kleinjans

algemeen directeur Mebin